Coal-fired power plant

Infrarood. Of hoe met liefde voor techniek de liefde van de vrouw gewonnen wordt.

Deel 1 Het probleem

 

Mijn vriendin klaagt regelmatig dat ze het koud heeft. Klachten zijn symptomen van onderliggende problemen. Deze dien je zeer serieus te nemen. Klachten waar je niets aan kunt doen kun je het beste negeren. Maar klachten waarvan je het onderliggende probleem kunt oplossen dien je als rechtschapen man op te pakken. Allereerst is dan het zaak om het probleem scherp te krijgen. Trek hiervoor de tijd uit, te snel naar conclusies springen leidt vaak tot halfbakken oplossingen. Het koste mij een half jaar om dit probleem scherp te krijgen en vervolgens een paar maanden om met een werkende oplossing te komen.

Een literatuurstudie wees uit dat vrouwen sneller afkoelen dan mannen. Overigens koelen bejaarden ook sneller af dan jongeren, maar dat terzijde. Mannen hebben een sterkere interne verbrandingsmotor (die overigens ook meer brandstof, circa 500 kcal, verslindt dan die van vrouwen). Mannen maken dus meer warmte aan. Een korte internetzoektocht gaf mij wat brokstukken van informatie. Nu schijnt het ook zo te zijn dat vrouwen door verscheidene redenen sneller warmte verliezen en dus koude ervaren. De oorzaak is complex. Een van de belangrijkste oorzaken ligt hem in de hormonale huishouding van vrouwen. Het verwonderde mij overigens niet dat een van de oorzaken van ook dit probleem in haar hormonen gelegen is.

Ik besloot een half jaar lang te observeren wanneer en waar de klachten zich voordoen. Ik ontwaarde een patroon in de klachten. Ze klaagde eigenlijk alleen maar als ik naast haar zat op de bank. Niet dat het aan mij ligt, maar een klacht vereist nu eenmaal een ontvanger. De klachten vonden het meest plaats in de avond uren, maar niet uitsluitend. Tijdens de observatieperiode merkte ik dat de klachten heel specifiek waren. Waar ik aanvankelijk alleen dacht dat ze het koud had, bleek ze veel exacter aan te kunnen geven wat het probleem was. “Ik heb koude voeten.”, was een veel voorkomende variant, maar ook: “Ik heb een koude neus.”, kwam vaak voor. Eigenlijk waren het vooral de onbedekte uitstekende lichaamsonderdelen waar het probleem zich manifesteerde. Ze kon vrij specifiek aangeven waar het probleem in zat. Dat sterkte mij in de overtuiging dat we hier een met een oplosbaar probleem te maken hadden en niet een probleem in de categorie “Je geeft me het gevoel dat….”

Vrij snel nadat ik echt goed luisterde naar haar klachten kwam de man in mij naar boven en startte ik met het aanvoeren van oplossingen. Allereerst vond er natuurlijk een strijd plaats over de door haar aangevoerde oplossingsrichting. Het eenvoudigweg omhoog zetten van de thermostaat naar de door haar gewenste 19,5 graden. In ons huishouden is dat een controversieel onderwerp. Al van kind af aan ben ik begaan met het milieu en het is voor mij een grote trots is dat we een extreem laag verbruik hebben van 300 kuub aardgas per jaar. Dit niveau is bereikt door jaren van investeren in het huis (isolatie, HR-glas, HR-ketel, Tonzon radiatorfolie) en fine-tuning (aanvoertemperatuur CV van belachelijke 80 graden naar 55 graden). Het is mijn grote trots dat we daalden door de 500 kuub verbruik per jaar grens. Het zakken door deze magische grens maakt dat de netbeheerder denkt dat we alleen maar een kookgasaansluiting hebben. Hierdoor betalen we een aanzienlijk lager tarief van een paar tientjes per jaar. Omdat we een extreem lage energierekening hebben gaan we bijna wekelijks uit eten om dat te vieren. Een vlugge berekening leerde dat structureel naar 19,5 graden gaan het verbruik vies boven de 500 kuub zou komen.

Bij het kijken naar politieke debatten leerde ik de tactiek van de noodzaak tot compensatie. Je kunt het geld maar een keer uitgeven. Ik wees haar er op dat het verhogen van de thermostaat aanzienlijke kosten met zich meebracht en de financiering van ons wekelijkse etentje buiten de deur in gevaar zou brengen. Ook andere argumenten bracht ik in stelling: “Iedere keer als je de thermostaat opdraait dan stort er een huis in van een arme Groninger.” Of: “Ja, draai maar op die thermostaat. Steun Poetin maar, zodat hij nog meer ellende kan aanrichten.” Uiteraard ben ik dan een vrek, een geitenwollensok en tal van andere kwalificaties die ik op zich wel enigszins kan onderschrijven. Kortom, eindeloze discussies die je als het even kan, wil omzeilen.

Het was voor mij snel duidelijk dat ik niet kan uitgaan van mijn eigen waarneming of het warm of koud is, omdat haar waarheid een andere is dan die van mij. Als een vrouw het koud heeft dan is het koud. Acceptatie van die realiteit is een cruciale stap waar je als rechtschapen man doorheen moet. Ik vind het al aangenaam bij een temperatuur van 17 graden als ik stil zit op de bank.

De eerste oplossingen die ik aandroeg kwamen voort uit mijn observatie dat zij vaak dunnere kleren draagt dan ik. Je moet het probleem aanpakken bij de bron: niet de lage temperatuur van de huiskamer, maar de warmte-uitstraling van de vrouw die leidt tot koude-ervaring is het probleem. De oplossing voor warmteverlies is natuurlijk bronisolatie. Ze is nogal sportief, dus de vergelijking met thermoshirtjes viel in goede aarde. De koude voeten werden aangepakt met sloffen en een kamerjas en afgewisseld met dikke truien deden de rest. Tip die ik kreeg van een collega: geef ze cadeau. Het wordt gewaardeerd als je toont dat je om haar geeft en haar klachten serieus neemt. Op een gegeven moment was ze door al die lagen kleding getransformeerd naar een vormeloos brok isolatie. Ze deed me denken aan de vrouwen die door Gummbah getekend werden. Dat kan toch niet de bedoeling wezen. En daarbij: de klachten werden minder maar bleven wel. Met name koude neus en handen bleven. Sociaal wenselijke oplossingen waren niet voorhanden. Ik kon moeilijk van haar vragen wanten te dragen, laat staan een integraalhelm of bivakmuts. Kortom, isolatie is slechts een deeloplossing maar biedt geen totaal oplossing. Het probleem is, zoals zo vaak in relaties, veelkoppiger dan aanvankelijk gedacht.

Ik zat een tijdje zonder opties: het probleem was niet aan te pakken bij de bron en de grenzen van de efficiëntie van ons centrale verwarmingssysteem waren uitgeput

 

Deel 2 De oplossing

 

Hierboven schreef ik hier over mijn vriendin die klaagt dat ze het koud heeft als ze op de bank zit. Haar isoleren bleek geen oplossing, ze bleef warmte verliezen en het bleek niet sociaal wenselijk om haar in het geheel te bedekken. Het werd me steeds meer duidelijk dat ik extra warmtetoevoer moest regelen. Hoe krijg ik haar zo efficiënt mogelijk warm zonder mijzelf en mijn omgeving overbodig te verwarmen?

Ik las op het fantastische blog Low Tech Magazine over infraroodpanelen. De auteur Kris de Decker had ook een boekje geschreven over stralingswarmte. Hier zou wel eens de sleutel van de oplossing kunnen liggen. Toen ik ook nog eens de kat genoeglijk in een smalle strook zonlicht zag genieten, wist ik het zeker. Wat als ik nu haar warmteverlies kan opheffen door haar te bestralen met warmte? De warmte uit zonlicht, infrarood licht, is de oplossing.

Het bleek een fantastisch boek. Ik las het in een ruk uit. Ik leerde al snel de inefficiënties van mijn huidige systeem beter kennen. Centrale verwarming, zoals wij dat thuis hebben, werkt door middel van convectie van warme lucht. Warme lucht van de radiator stijgt op langs de ruit en stroomt vervolgens langs het plafond naar het midden van de kamer. Daar koelt de lucht af en daalt die om vervolgens over de vloer terug te voeren naar de radiator om opgewarmd te worden. Die koude lucht over de vloer is natuurlijk de oorzaak van haar koude voeten! Daarnaast leerde ik dat het een heel inefficiënte manier is om alle lucht in een ruimte te verwarmen. Het is veel efficiënter om de objecten in de ruimte te verwarmen met stralingswarmte. Bam! Dat was het. Toen ik mijn vriendin als object begon te zien zag ik ineens de oplossing.

Hoeveel moet ik dit object bestralen om de uitstraling te niet te doen? Ik besloot er wat aan te rekenen. Ze is een object met een bepaalde thermische massa. Wat is de thermische massa van een vrouw en dit specifieke exemplaar in het bijzonder? Na wat vruchteloos zoeken besloot ik bij benadering een zak water met haar gewicht als uitgangspunt te nemen. Immers ze bestaat grotendeels uit water. Maar wat is de invloed van de bank waar ze op zit? Thermodynamica is niet mijn sterkste vak en zelfs de warmtewisseling rond een zak water bleek vrij complex, dus ik liet dit idee na wat vruchteloos puzzelen al gauw varen. En daarbij: de enige objectieve oplossing van het probleem is gelegen in de subjectieve ervaring van mijn vriendin. Daaraan kun je rekenen tot je een ons weegt, maar als zij zegt dat ze het koud heeft dan is dat zo. Ook een temperatuurmeting, hoe objectief ook, gaat daarin geen scherprechter zijn. Het gaat hier om gevoelstemperatuur en zij is het ultieme meetinstrument.

Eigenlijk zou je een test willen doen met gekalibreerde meetgegevens in een gecontroleerde omgeving waarin alle omgevingsfactoren te beheersen zijn. Maar wat zou het ook? Mijn vriendin leeft niet in een gecontroleerde omgeving, het probleem doet zich niet voor in een gecontroleerde omgeving en ze laat zich daar ook niet probleemloos in plaatsen voor een meetsessie schatte ik zo in. Ik besloot haar voor een paar werkende infraroodpanelen te zetten. Gelukkig wilde ze mee naar de showroom en kon ze duidelijk aangeven wat ze lekker warm vond.

Het weekend erop werd het infraroodpaneel geleverd. Ze was een volle dag aan het shoppen met haar vriendinnen. Haar focus op tasjes en schoenen gaf mij mooi een rustig dagje om het experiment uit te voeren. Ik monteerde het paneel boven haar plekje op de bank. Binnen haar handbereik plaatste ik een thermostaat waarmee ze haar eigen temperatuur kan regelen. De verbruiksmeting kon beginnen. Immers er moet warmte toegevoegd worden en ik zag de bui van een hogere energierekening al hangen.

Infraroodpaneel boven de bank
Het infraroodpaneel boven de bank

Het paneel warmde aangenaam op en bleek constant 580 watt aan vermogen te vragen. Het bleek (gelukkig) niet genoeg om de hele kamer te verwarmen. Maar nadat de CV de ruimte opgewarmd had kon het infraroodpaneel het aangenaam houden op haar plekje van de bank met een teruggedraaide CV-thermostaat. Ik logde ieder uur de verbruiken aan de hand van een kWh-meter en de gasmeter. De metingen en berekening toonden aan dat het op temperatuur houden van de bank en bankzitter met het IR-paneel (2 MJ/uur) met een derde van de energiehoeveelheid van het verbruik van de CV ketel te kunnen. Niet de lucht in de kamer maar de objecten in de kamer verwarmen leidde tot een significante besparing! Het mooiste is natuurlijk dat de stralingswarmte opgewekt wordt met onze zonnepanelen en dat onze Groningse vrienden niet verder wegzakken doordat ik nu de gaskraan dicht kan houden.

Ik besloot ook de terugverdientijd uit te rekenen. Immers de niet misselijke €375 aanschafprijs van het paneel zou ik dan wellicht nog terug verdienen. In Nederland heffen we naar verhouding veel belasting op elektriciteit en weinig op aardgas. De besparing per uur verwarmen bleek hierdoor op slechts 2 cent per uur uit te komen (13 cent aardgas en 11 cent elektriciteit). Ik berekende de stookuren per jaar en kwam zodoende tot een teleurstellende terugverdientijd van 44 jaar.

Maar het beeld van mijn vriendin met de kat op schoot genietend van de warmte is onbetaalbaar. Ze noemt het infraroodpaneel liefkozend “de plaat”. Met de plaat straalt ze van geluk en daar krijg ik dan weer energie van…